2026 april 28 Vraag en antwoord college over onderkomen van de Reddingsbrigade

Vraag en antwoord college over onderkomen van de Reddingsbrigade

Vraag en antwoord college over onderkomen van de Reddingsbrigade

Beantwoording van de schriftelijke vragen, gesteld door de fractie Behoorlijk Bestuur voor Den
Helder en Julianadorp over
Aan de leden van de gemeenteraad
Op 2 april 2026 heeft de fractie Behoorlijk Bestuur voor Den Helder en Julianadorp onder verwijzing
naar artikel 36 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad, de navolgende
vragen gesteld over , het antwoord vindt u onder de vraag:

1. Is het college bekend met de huidige en acute huisvestingsproblemen van de Reddingsbrigade
Den Helder?
Zo ja, sinds wanneer is het college hiervan op de hoogte? Zo nee, waarom niet?
Ja, het college is bekend met de huisvestingssituatie van de Reddingsbrigade Den Helder, hoewel
dit niet de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente betreft. Het gaat om een afspraak tussen
de Veiligheidsregio en de reddingsbrigade en niet om een afspraak met de gemeente. Sinds 2014
wordt formeel gebruikgemaakt van een kantoor en een kleine bergruimte in de brandweerkazerne
aan de Bastiondreef, waarbij in de loop der tijd aanvullend ruimtegebruik is ontstaan.
In gesprekken die sinds begin 2025 zijn gevoerd, is mondeling medio 2025 en formeel in het eerste
kwartaal van 2026 bevestigd dat de Reddingsbrigade op zoek moet naar alternatieve huisvesting.

2. Klopt het dat de Reddingsbrigade haar huidige locatie op korte termijn deels dan wel
geheel moet verlaten? Zo ja, per welke data en met welke gevolgen?
Zo nee, wat is dan volgens het college de feitelijke situatie?
Ja, het klopt dat de Reddingsbrigade aan de Bastiondreef gefaseerd moet verlaten. In dit verband is
de huurovereenkomst voor de formeel gehuurde kantoor- en bergruimte beëindigd en is
afgesproken dat het gebruik van aanvullende ruimten gefaseerd wordt afgebouwd.
Concreet houdt dit in dat een deel van de aanvullende ruimten per 1 juli 2026 wordt vrijgemaakt en
dat het resterende gebruik van deze (aanvullende) ruimten uiterlijk per 1 september 2026 wordt
beëindigd.
Het organiseren van passende huisvesting is de verantwoordelijkheid van de Reddingsbrigade. Dit
betekent dat de Reddingsbrigade zich al enige tijd oriënteert op alternatieve mogelijkheden voor met
name de opslag van materieel en de stalling van voertuigen, zodat de operationele inzet geborgd
kan blijven. De gemeente heeft en blijft in een faciliterende en meedenkende rol betrokken.

Deelt het college de opvatting dat deze situatie, gelet op de veiligheidsfunctie van de
Reddingsbrigade, onwenselijk is? Zo ja, welke urgentie verbindt het college daaraan? Zo nee,
waarom niet?
Het college onderkent het belang van de samenwerking met de Reddingsbrigade in de functie van
alarmploeg, als bovenwettelijke taak, voor de veiligheid op en langs de stranden buiten het
toezichtsvenster van de Stichting Strandexploitatie Noordkop. De urgentie ligt bij een zorgvuldige
overgang naar nieuwe huisvesting om de taken van de alarmploeg uit te kunnen voeren.
3. Welke gevolgen ziet het college voor:
o de operationele inzetbaarheid;
o de opslag van materiaal en voertuigen;
o de paraatheid bij incidenten;
o en de continuïteit van de dienstverlening van de Reddingsbrigade?

Operationele inzetbaarheid:
De operationele inzetbaarheid van de Reddingsbrigade is mede afhankelijk van de ligging en
inrichting van de alternatieve huisvesting. Een grotere afstand tot kust en strand of minder geschikte
aanrijroutes kan leiden tot langere uitruktijden en beperkingen in de dagelijkse voorbereiding en
inzet van materieel en vrijwilligers.
Opslag van materiaal en voertuigen:
Voor de opslag van reddingsmaterieel en de stalling van voertuigen moet een alternatieve locatie
worden gerealiseerd. Deze functies vallen al geruime tijd buiten de formele huurovereenkomst,
maar zijn wel essentieel voor het functioneren van de Reddingsbrigade. Onvoldoende of
versnipperde opslag kan leiden tot inefficiënt gebruik van materieel en extra logistieke handelingen.
Paraatheid bij incidenten:
De paraatheid bij incidenten kan worden beïnvloed door de afstand tussen de huisvestingslocatie,
de kust en het strandgebied. Nabijheid is van belang om snel te kunnen opschalen bij calamiteiten,
met name tijdens drukke stranddagen en evenementen.
Continuïteit van de dienstverlening:
De continuïteit van de dienstverlening is afhankelijk van het tijdig vinden en inrichten van passende
alternatieve huisvesting. Een soepele overgang is noodzakelijk om te voorkomen dat de inzet van
de Reddingsbrigade tijdelijk onder druk komt te staan of beperkt moet worden.
Het is aan de Reddingsbrigade om deze gevolgen te betrekken bij haar afwegingen in de keuze van
de huisvestingsopgave.
4. Welke concrete stappen heeft het college tot op heden ondernomen om samen met de
Reddingsbrigade tot een tijdelijke dan wel structurele oplossing te komen?
Het college heeft de volgende stappen ondernomen om, in overleg met de Reddingsbrigade, te
komen tot een tijdelijke dan wel structurele oplossing:
• sinds begin 2025 zijn meerdere gesprekken gevoerd met de Reddingsbrigade over het
voorgenomen beëindigen van het gebruik van de Bastiondreef, waarbij het college het
belang van continuïteit van de alarmploeg heeft onderkend;
• de huurovereenkomst is formeel opgezegd, waarbij een redelijke en gefaseerde
ontruimingstermijn is gehanteerd om de Reddingsbrigade in staat te stellen zich hierop voor
te bereiden;
• het college heeft actief meegedacht over mogelijke alternatieve huisvestingsopties en daarbij
zowel het eigen netwerk als externe partijen betrokken;
• daarbij is steeds aangegeven dat de Reddingsbrigade primair verantwoordelijk is voor het
vinden van passende huisvesting, terwijl de gemeente hierin een faciliterende en
meedenkende rol vervult.
5. Welke tijdelijke en/of structurele alternatieve locaties zijn door het college inmiddels
onderzocht, en wat was per locatie de uitkomst van die verkenning?
Er is geen sprake geweest van een eenzijdige locatiekeuze door de gemeente. In de gesprekken
met de Reddingsbrigade zijn wel gezamenlijk verschillende opties en denkrichtingen verkend en
aangedragen.

Momenteel werkt de Reddingsbrigade dit al geruime tijd verder uit in een eigen locatieonderzoek
met een Plan van Eisen (PvE), voortvloeiend dient daar een huisvestingsplan uit te komen, waarbij
de gemeente in een meedenkende en faciliterende rol betrokken wil blijven. Het uitgangspunt blijft
dat de Reddingsbrigade zelf verantwoordelijk is.
6. Kan het college bevestigen wat de eigendoms- en gebruikssituatie is van het verharde
terrein aan Tillenhof 2 in Huisduinen?
Zo ja, kan het college aangeven of dit terrein beschikbaar is of op korte termijn
beschikbaar kan komen voor tijdelijk of structureel gebruik door de Reddingsbrigade?
Zo nee, waarom kan het college dat niet bevestigen?
Zo ja, acht het college dit gebouw geheel of gedeeltelijk inzetbaar voor de huisvesting
van de Reddingsbrigade ? Zo nee, waarom niet?
Het college kan bevestigen dat het terrein aan Tillenhof 2 in Huisduinen in eigendom is van de
gemeente. Deze locatie maakt echter onderdeel uit van toekomstige gebieds- en
bouwontwikkelingen. In 2023 en 2024 zijn door de raad het stedenbouwkundig schetsplan, de
grondexploitatie en het bestemmingsplan vastgesteld voor deze ontwikkeling.
Dit betekent dat het terrein op dit moment niet beschikbaar is voor structurele huisvesting. Het
college zal onderzoeken of, binnen de kaders van de beoogde ontwikkeling, mogelijkheden bestaan
voor een tijdelijke dan wel gedeeltelijke inzet.
7. Is het college bereid Tillenhof 2 in Huisduinen, inclusief het verharde terrein en het
aanwezige gebouw, serieus te onderzoeken als tijdelijke of structurele oplossing voor
de huisvesting van de Reddingsbrigade
Zo ja, op welke termijn wordt dit onderzoek uitgevoerd en wanneer wordt de raad
hierover geïnformeerd? Zo nee, waarom niet?
Tillenhof 2 kan worden betrokken bij de bredere verkenning van mogelijke oplossingsrichtingen voor
de Reddingsbrigade en het uitvoeren van de taak van alarmploeg. In het licht van de beoogde
bouwontwikkeling wordt daarbij met name gekeken naar eventuele tijdelijke mogelijkheden.
8. Deelt het college de opvatting dat huisvesting van de Reddingsbrigade bij voorkeur
plaatsvindt op of nabij een locatie dicht bij kust en strand, zodat de uitruk- en
hulpverleningstijd zo beperkt mogelijk blijft?
Zo ja, hoe wordt dit uitgangspunt betrokken bij de keuze voor een alternatieve locatie?
Zo nee, waarom niet?
Het belang van nabijheid van kust en strand voor een adequate uitruk- en hulpverleningstijd wordt
breed onderkend. Dit zou normaliter een uitgangspunt moeten zijn voor de Reddingsbrigade als één
van de aandachtspunten bij het verkennen van alternatieve locaties, naast andere relevante
randvoorwaarden.

9. Op welke termijn verwacht het college met een concrete tijdelijke en/of structurele
oplossing te komen, zodat geen gat ontstaat in de operationele inzet van de
Reddingsbrigade?
De afgesproken termijnen van 1 juli en 1 september 2026 vormen het uitgangspunt. Het is aan de
Reddingsbrigade om binnen deze termijnen te voorzien in passende alternatieve huisvesting, zodat
de operationele inzet geborgd blijft. Vanuit de gemeente wordt hierbij faciliterend meegedacht waar
mogelijk, waarbij geen toezegging kan worden gedaan over het realiseren van een tijdelijke of
structurele oplossing binnen deze periode.

10. Is het college bereid de raad op zeer korte termijn actief te informeren over de stand
van zaken, de onderzochte opties en de beoogde oplossingsrichting?
Zo ja, wanneer. Zo nee, waarom niet?
De Reddingsbrigade Den Helder is verantwoordelijk voor het vinden van een andere
huisvestingslocatie. Mocht er aanleiding zijn zal het college de raad informeren.